Flashcards in the set

Haven't started (22)

sociale perceptie

de manier waarop we ons een indruk vormen van en conclusies trekken over andere mensen

Non-verbale communicatie

manier waarop mensen opzettelijk of onopzettelijk communiceren zonder woorden; non-verbale signale zijn onder meer gelaatsuitdrukkingen, stemgeluid, gebaren,lichaamshouding en beweging, aanraking en oogcontact

Coderen

het vormgeven van de communicatieve boodschap door de ontvanger, de ontvanger moet de boodschap decoderen om die te kunnen begrijpen

Decoderen

het vertalen van de communitatieve boodschap door de ontvanger; de ontvanger moet de boodschap decoderen om die te kunnen begrijpen

vermenging van affect

een gelaatsuitdrukking waarin een deel van het gezicht de ene emotie uitdrukt, terwijl een ander deel van het gezicht een andere emotie uitdrukt

Manifestatieregels

cultureel bepaalde regels over welke non-verbale gedragingen gepast zijn om te laten zien

Emblemen

Non-verbale sympolische handelingen die een specifiek verbale betekenis hebben die de meeste leden van een cultuur herkennen

thin-slicing

betekenisvolle conclusies trekken over eigenschappen van anderen of producten op grond van extreem kortdurende uitingen van gedrag of eigenschappen

primacy effect

als het aankomt op het vormen van een indruk beinvloeden de eerste indrukken die we van anderen krijgen hoe we informatie interpreteren die we later krijgen

belief perseverance

de neiging vast te houden aan een oorspronkelijk oordeel, zelfs wanneer we geconfronteerd worden met informatie die ons tot heroverweging zou moeten aanzetten

attributietheorie

beschrijving van de manier waarop mensen de oorzaken van hun eiden en andermans gedrag verklaren

interne attributie

gevolgtrekking dat iemand zich op een bepaalde manier gedraagt als gevolg van de situatie waarin diegene zich bevindt; de aanname is dat de meeste mensen op dezelfde manier op zo'n situatie zouden reageren

covariatiemodel

een theorie die stelt dat om een attributie te kunnen maken over de oorzaak van iemands gedrag, we systematisch kijken naar het patroon tussen het optreden van het gedrag en de aan of afwezigheid van mogelijke causale factoren

informatie over consensus

informatie over de mate waarin anderen zich op dezelfde manier als actor gedragen ten opzichte van een bepaalde stimulus

informatie over onderscheidend vermogen

informatie over de mate waarin de actor zich op dezelfde manier gedraagt ten opzicht van verschillende stimuli

informatie over consistentie

informatie over de mate waarin het gedrad tussen één actor en één stimulus hetzelfde is onder verschillende omstandigheden en over tijd

fundamentele attributiefout

neiging om de mate waarin persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren iemands gedrag veroorzaken te overschatten en de rol van externe, situationele factoren te onderschatten

perceptuele saillantie

 het ogenschijnlijke  belang van de informatie waarop mensen hun aandacht gericht hebben

tweedelige proces van attributie

het analyseren van andermans gedrag door eerst een automatische interne attributie te maken en dan pas na te denken over mogelijke situationele oorzaken van het gedrag, op basis waarvan we onze oorspronkelijke interne attributie eventueel aanpassen

zelfdienende attributie

verklaringen van eigen successen toeschrijven aan interne, dispositionele factoren en verklaringen van eigen mislukkingen toeschrijven aan externe, situationele factoren

geloof in een rechtvaardige wereld

de aanname dat mensen krijgen wat ze verdienen en verdienen wat ze krijgen, slechte mensen overkomen nare dingen, goede mensen overkomen goede dingen

blinde vlek bias

de neiging om te denken dat andere mensen ontvankelijker zijn voor attributionele fouten dan wijzelf