sociale perceptie
de manier waarop we ons een indruk vormen van en conclusies trekken over andere mensen
Non-verbale communicatie
manier waarop mensen opzettelijk of onopzettelijk communiceren zonder woorden; non-verbale signale zijn onder meer gelaatsuitdrukkingen, stemgeluid, gebaren,lichaamshouding en beweging, aanraking en oogcontact
Coderen
het vormgeven van de communicatieve boodschap door de ontvanger, de ontvanger moet de boodschap decoderen om die te kunnen begrijpen
Decoderen
het vertalen van de communitatieve boodschap door de ontvanger; de ontvanger moet de boodschap decoderen om die te kunnen begrijpen
vermenging van affect
een gelaatsuitdrukking waarin een deel van het gezicht de ene emotie uitdrukt, terwijl een ander deel van het gezicht een andere emotie uitdrukt
Manifestatieregels
cultureel bepaalde regels over welke non-verbale gedragingen gepast zijn om te laten zien
Emblemen
Non-verbale sympolische handelingen die een specifiek verbale betekenis hebben die de meeste leden van een cultuur herkennen
thin-slicing
betekenisvolle conclusies trekken over eigenschappen van anderen of producten op grond van extreem kortdurende uitingen van gedrag of eigenschappen
primacy effect
als het aankomt op het vormen van een indruk beinvloeden de eerste indrukken die we van anderen krijgen hoe we informatie interpreteren die we later krijgen
belief perseverance
de neiging vast te houden aan een oorspronkelijk oordeel, zelfs wanneer we geconfronteerd worden met informatie die ons tot heroverweging zou moeten aanzetten
attributietheorie
beschrijving van de manier waarop mensen de oorzaken van hun eiden en andermans gedrag verklaren
interne attributie
gevolgtrekking dat iemand zich op een bepaalde manier gedraagt als gevolg van de situatie waarin diegene zich bevindt; de aanname is dat de meeste mensen op dezelfde manier op zo'n situatie zouden reageren
covariatiemodel
een theorie die stelt dat om een attributie te kunnen maken over de oorzaak van iemands gedrag, we systematisch kijken naar het patroon tussen het optreden van het gedrag en de aan of afwezigheid van mogelijke causale factoren
informatie over consensus
informatie over de mate waarin anderen zich op dezelfde manier als actor gedragen ten opzichte van een bepaalde stimulus
informatie over onderscheidend vermogen
informatie over de mate waarin de actor zich op dezelfde manier gedraagt ten opzicht van verschillende stimuli
informatie over consistentie
informatie over de mate waarin het gedrad tussen één actor en één stimulus hetzelfde is onder verschillende omstandigheden en over tijd
fundamentele attributiefout
neiging om de mate waarin persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren iemands gedrag veroorzaken te overschatten en de rol van externe, situationele factoren te onderschatten
perceptuele saillantie
het ogenschijnlijke belang van de informatie waarop mensen hun aandacht gericht hebben
tweedelige proces van attributie
het analyseren van andermans gedrag door eerst een automatische interne attributie te maken en dan pas na te denken over mogelijke situationele oorzaken van het gedrag, op basis waarvan we onze oorspronkelijke interne attributie eventueel aanpassen
zelfdienende attributie
verklaringen van eigen successen toeschrijven aan interne, dispositionele factoren en verklaringen van eigen mislukkingen toeschrijven aan externe, situationele factoren
geloof in een rechtvaardige wereld
de aanname dat mensen krijgen wat ze verdienen en verdienen wat ze krijgen, slechte mensen overkomen nare dingen, goede mensen overkomen goede dingen
blinde vlek bias
de neiging om te denken dat andere mensen ontvankelijker zijn voor attributionele fouten dan wijzelf