Average Process
Know0
Don't know0
Haven't started18
Flashcards in the set

Haven't started (18)

eik

  • meest voorkomend in W -EU
  • uiteenlopende toepassingen: kerkmeubilair, vloer ...
  • baltische eik
  • dendrochronologisch onderzoek


  • Ringporige houtsoort – Grove nerf
  • Brede stralenbundels
  • Zure geur
  • Corrosief in contact met ijzer
  • Dendritische structuur op het kopse vlak


beuk

  • landelijk meubilair: spaken, gereedschap, trappen...
  • Tegenwoordig: keukens en keukenbladen (neutrale uitstraling, smaak en geur)
  • gemakkelijk bewerken en uniform van structuur: was goedkoop, zeer sterk en duurzaam.


  • Diffuusporig – fijne nerf
  • Typerende spiegels op het langsvlak
  • Verschillende grootte en willekeurige verdeling
  • Bleekroze, beige



linde

  • sculptuur en ornamenten, ook bij muziekinstrumenten
  • zeer vatbaar voor insectenaantasting


  • Diffuusporig – zeer fijne nerf
  • Homogene bouw, nauwelijks waarneembare tekening
  • lichte zure geur
  • Bleekgeel tot wit
  • Zacht, verspaant zoals boter



populier

  • Zuid-Europa: kunstwerken, vloeren, klompen en kisten,..
  • snelgroeiende boom
  • lijkt op linde maar heeft niet de licht zure geur


  • Diffuusporig – zeer fijne nerf
  • Homogene bouw, soms vage tekening te zien door verkleurde groeiringen
  • geen typerende geur
  • Bleekgeel tot wit


kers

  • fruitboom
  • kan heel fijn bewerkt worden
  • typisch kleurenpalet


  • Diffuusporig - zeer fijne nerf
  • Groeiringen zijn subtiel waarneembaar
  • Roze tot geelbruin


es

  • Taai, sterk hout: kan schokken en trillingen goed weerstaan
  • vaak gebruikt bij zaken die met beweging te maken hebben: heften van gereedschap, laddersporten, rijtuigen


  • Semi-ringporig - grove nerf
  • Tussen de groeiringen is de vezel- en vatverdeling redelijk homogeen
  • Bleke kleur


olm (iep)

  • gebruik: rijtuigbouw, molenbouw (enige houtsoort voor het maken van naven), trapleuningen en oude cafétafels.
  • Olmenziekte sinds 1920


  • Ringporig – grove nerf
  • karakteristieke getande of gekartelde tekening
  • zure geur
  • Bleek, geelachtig tot beige


mahonie

  • verzamelnaam voor een groep houtsoorten
  • De originele houtsoort is Cuba-mahonie
  • rond 1900: massaal geïmporteerd via trans-Atlantische route 
  • The Age of Mahogany
  • einde van de 19E: schaarste -> veel substituten


  • Diepe roodbruine kleur
  • Bij meubilair: karakteristieke tekening (bloemfineer)
  • Geappeld, gemoireerd, gewaterd


purperhart

  • De kleur zal door fotochemische degradatie langzaam donkerbruin worden
  • marqueterie en decoratief inlegwerk in vloeren


padouk

  • Afkomstig van plankwortelbomen in W-AFR
  • De kleur zal door fotochemische degradatie langzaam donkerbruin worden (vrij fel rood)
  • ‘Bridge without a name’

palissander (rosewood)

  • Familie van exotische houtsoorten
  • Bekendste / zeldzaamste is Rio palissander (CITES)
  • Verschillende soorten worden gebruikt
  • Gebruik: fineerhout, sculptuur, Art Deco, instrumentenbouw (klassieke gitaren)


  • Grove nerf
  • Roodbruin tot paarsachtig
  • tekening met karakteristiek donkere aders
  • Zeer hard


ebben

  • uitzonderlijke kleur: glanzend zwart
  • Gebruik: kostbaar meubilair (kunstkabinetten), inlegwerk, muziekinstrumenten, pianotoetsen ...
  • barok


  • Zwarte kleur
  • Gewicht en densiteit bijna even zwaar als water
  • Hoge hardheid
  • niet alle ebben is zwart!

peer

  • Zeer fijne nerf - homogene structuur
  • Oranjeroze
  • Weinig tekening
  • Gewicht en hardheid is veel lager dan ebbenhout
  • gebruik: kunstkabinetten, blokprints en drukletters ...

balsa

  • Laagste densiteit
  • lage volumieke massa

buxus - palmhout

  • Hoge hardheid en slijtvast
  • Klein
  • Zeer fijne nerf en homogeen
  • Palmhout = verwarrende triviale naam
  • Kleine sculpturen, intarsia en marqueterie, grepen en handvaten ...

grove den - Scots pine

  • Naaldhout
  • vanuit Scandinavië geïmporteerd in W-E
  • Constructiehout: corpussen van meubilair, lijsten, interieurs en decoratieve elementen ...


  • Graduele overgang van vroeghout naar laathout
  • Laathout niet uitgesproken
  • Fijne structuur 
  • Harskanalen

yellow pine

  • afgebakende secties van het laathout
  • Laathout: brede banden en prominent aanwezig op de langsvlakken

loofhoutceder

  • Amerika en Zuidoost-Azië
  • toepassing: sigarendoosjes, sculpteerwerk en instrumentenbouw.
  • typische geur