sociale kwaliteit
geeft aan in hoeverre er sprake is van sociale samenhang, inclusie, participatie en van welzijn of welbevinden
sociaal functioneren
de wijze waarop een persoon deelneemt aan het sociale verkeer in de maatschappij
inclusiviteit
dat mensen met een beperking meedoen in de samenleving en erbij horen
normatieve professional
bij professioneel handelen, spelen normen en waarden mee
discretionaire ruimte
zelfstandig beslissen binnen wettelijke kaders
interventies
tussenkomst, doelbewuste ingreep om bepaalde zaken te verbeteren
integraal werken
vanuit verschillende hoeken, met verschillende mensen opzoek naar een passende oplossing
primaire leefomgeving
mensen leven alleenstaand, met een partner of in een gezin, ook een residentiële omgeving wordt hier beschouwd als een primaire leefomgeving)Residentiële omgeving (hetzij tijdelijk of langdurig, vrijwillig of onder dwang) wordt hier beschouwd als een primaire leefomgeving.
netwerken
hieronder verstaan we verschillende formele en informele netwerken: familie,vrienden, kennissen, school, werk, groepen, subculturen, verenigingen, cultuurgemeenschappen)
gemeenschap
hieronder verstaan we verschillende (lokale) gemeenschappen ofcommunities: de straat, de wijk, de gemeente, het land)Ontwikkelingen en positionering sociaal werkers
doelen van het sociaal werk 1
1) Bevorderen van participatie aan de samenleving. Het motto is minder mensen in instellingen enmeer mensen die in hun eigen omgeving functioneren
doelen van het sociaal werk 2
2) Bevorderen van eigen kracht. Het gaat erom mensen te stimuleren en kinderen ontwikkelings-kansen te bieden en ze alleen waar nodig te ondersteunen om hun mogelijkheden te(her)ontdekken, te waarderen en in te zetten
doelen van het sociaal werk 3
3) Een grotere nadruk op efficiëntie en kostenbewustzijn is ook een belangrijke ontwikkeling. Datwil zeggen: meer nadruk op signalering en preventie.
doelen van het sociaal werk 4
4) Professionals sociaal werk moeten een plek innemen in het lokale speelveld. Veelverantwoordelijkheden en middelen zijn overgedragen naar gemeenten.
doelen van het sociaal werk 5
5) Sociale technologie. In de beroepspraktijk van sociaal werk draagt sociale technologie bij aan efficiënte dienstverlening, signaleren, voorkomen, communiceren, interveniëren en organiseren.
3 landelijke kerntaken van sociaal werk
1) Bevorderen van sociaal functioneren van mensen en hun sociale context
2) Versterken van de organisatorische verbanden waarbinnen sociaal werk plaatsvindt
3) Bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep
de 3 niveaus waarop sociaal werk plaats vind
primaire leefomgeving, netwerken en gemeenschappen
missie van sociaal werk
bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving, participatie, autonomie en zelfredzaamheid
Het werk van een sociaal werker speelt zich af op drie niveaus
primaire
leefomgeving, netwerken en gemeenschappen
Eigenschappen
benaderen en benaderbaar zijn, onderzoekend, kunnen samenwerken,
coördineren, organiseren mensen samenbrengen om tot oplossingen te komen en ondernemend
zijn
Systeemwereld
van economie en politiek. Geld, macht, wetten en regels zijn de sturende
elementen. De overheid, provincie, gemeente en verzekeraars zijn daar de vertegenwoordigers
van.
Leefwereld
natuurlijke en sociale omgeving. Culturele, sociale en persoonlijke kenmerken
spelen een grote rol
Snijvlak van veel werkzaamheden van sociale professionals
Interferentiezone = onderwijs,
gezondheidszorg en sociaal werk zijn typische interferentiezones
Discretionaire ruimte
de handelingsvrijheid die de sociale professional heeft om tussen de
regels door te bewegen
motief sociaal werk religie
godsdienstige levensbeschouwing:
barmhartigheid en gerechtigheid
Vanuit jouw godsdienst besluiten dat jij andere wil helpen.
motief sociaal werk
Medemenselijkheid:
filantropia en humanitas
Het beste met andere mensen voorhebben en mensen dat ook betonen
Motief 3: openbare orde en welbegrepen eigenbelang
Er is nog niet iets aan de hand, maar om chaos te voorkomen wordt er bijv. actie ondernomen.
Motief 4: sociale angst
Vanuit jouw sociale angst ervoor zorgen dat er geen verdere problemen ontstaan binnen de
samenleving (mensen weghouden van opstand) (vanuit de overheid)
Tien vereiste kwalificaties sociaal werker
Actief opstellen en signaleren
Bevorderen van sociaal functioneren in en van de primaire leefomgeving
Bevorderen van sociaal functioneren in en van netwerken
Bevorderen van sociaal functioneren in en van gemeenschappen
Effectief en efficiënt werken
Samenwerken
Actief en ondernemend werken
Leren en ontwikkelen
Onderzoeken en innoveren
Kritisch en ethisch reflecteren
generaliseren
van alles een beetje kennis hebben
specialiseren
veel kennis hebben over een specifiek onderwerp
Nuldelijns
lichte zorg, vaak opgelost door informele netwerk
Eerstelijns
‘vrij’ toegankelijke zorg, eerste stap naar professionele hulp
Tweedelijnszorg
specialistische zorg
Intramurale zorg
intra=tussen’, intramuraal betekent dus letterlijk: tussen de muren. Zorg die
wordt verleend binnen een instelling (iemand die er verblijft, woont en slaapt)
Extramurale zorg
‘extra=buiten’, extramurale zorg wordt geleverd buiten de muren van een
instelling. Bijvoorbeeld bij een cliënt thuis, dagbesteding, zorgboederij etc.
Het web van actoren in het sociale domein op drie niveaus
Micro: sociale steun (=hulp uit het sociale netwerk), de waarde daarvan = sociaal kapitaal.
Mantelzorg (=langdurige, vrijwillige zorg), vrijwilligers, professionele zorg, belangenzorg en
burgerinitiatieven
Meso: gemeenten, sociale kaart (=wie waar per regio werkt), wijkteams, maatschappelijke
dienstverlening (ondersteuning aller daagse praktische zaken), brede welzijnsinstellingen,
instellingen voor begeleid wonen en dagbesteding, zorg coöperatie (=hybride vorm van
burgerinitiatief) etc.
Macro: ministeries, toezicht (inspecties), zorgverzekeraars, vakbonden, brancheverenigingen en
beroepsverenigingen.
WMO
Wet maatschappelijke ondersteuning): Maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid
van burgers stimuleren, actief burgerschap bevorderen en sociale samenhang verbeteren
Participatie wet
bedoeld voor iedereen die kan werken maar extra ondersteuning nodig heeft.
Jeugdwet
betere ondersteuning voor kinderen, jongeren en (pleeg) ouders.
Zorgverzekerginswet
Basispakket is gelijk voor iedereen (huisarts, ziekenhuis) aanvullend = extra.
Civil society
civiele maatschappij): publieke ruimte waar burgers elkaar vrijwillig opzoeken om
samen te werken en zich te verenigen (burgerinitiatieven, leesclubs, kookgroepjes)
Systeemwereld
van economie en politiek. Geld, macht, wetten en regels zijn de sturende
elementen. De overheid, provincie, gemeente en verzekeraars zijn daar de vertegenwoordigers
van
Leefwereld
natuurlijke en sociale omgeving. Culturele, sociale en persoonlijke kenmerken
spelen een grote rol.
Snijvlak van veel werkzaamheden van sociale professionals
Interferentiezone = onderwijs,
gezondheidszorg en sociaal werk zijn typische interferentiezones
Discretionaire ruimte
de handelingsvrijheid die de sociale professional heeft om tussen de
regels door te bewegen
Motief 5: in stand houden van arbeidsreserve
In stand houden van het aantal werklozen, zorgen dat mensen geen andere banen gaan zoeken.
Motief 6: schuldgevoel en verontwaardiging
Mensen vinden dat zij het erg goed hebben, vanuit daar willen zij mensen die het minder
hebben helpen
Motief 7: emancipatie en zelfontplooiing
In gaan tegen de ongelijkheid van de samenleving, sociaal werk was een reden om iets
buitenhuis te gaan doen en om zichzelf te ontplooien (vrouwen)
Motief 8: het professionele motief
Het feit van werk hebben eh het is een beroep waarmee jij brood op je plank hebt.
Sociale cohesie
de mate van samenhang en verbondenheid binnen een groep mensen.
Empowerment
Een proces waarin iemand gestimuleerd wordt zelfstandig te beslissen en te
ondernemen en voor zichzelf op te komen.
Sociale rechtvaardigheid
Iedereen heeft recht op toegang tot de basisbehoeften zoals
individuele vrijheid, veiligheid, onderwijs en voedselzekerheid.
Diversiteit
Betekent verscheidenheid. Alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen.
Sociale verwevenheid = De samenhang of het sterk met elkaar in verband staan
Ethiek
gaat altijd over handelen over wat je doet in een situatie.
Beroepsethiek
gaat over zaken die je tegenkomt in je dagelijkse werk.
Plichtsethiek
Heb je de juiste intentie?
Gevolgenethiek:
Levert de handeling het grootste voordeel op voor de meeste mensen? Of
voorkomt deze het leed voor de meeste mensen?
Deugdethiek:
Toont je handeling je voortreffelijke karakter?
Zorgethiek:
Blijkt uit je handeling dat je zorg hebt voor de andere en de wereld?