Flashcards in the set

Haven't started (60)

sociale kwaliteit

geeft aan in hoeverre er sprake is van sociale samenhang, inclusie, participatie en van welzijn of welbevinden

sociaal functioneren

de wijze waarop een persoon deelneemt aan het sociale verkeer in de maatschappij

inclusiviteit

dat mensen met een beperking meedoen in de samenleving en erbij horen

 

normatieve professional

bij professioneel handelen, spelen normen en waarden mee

discretionaire ruimte

zelfstandig beslissen binnen wettelijke kaders

 

interventies

tussenkomst, doelbewuste ingreep om bepaalde zaken te verbeteren

integraal werken

vanuit verschillende hoeken, met verschillende mensen opzoek naar een passende oplossing

primaire leefomgeving

mensen leven alleenstaand, met een partner of in een gezin, ook een residentiële omgeving wordt hier beschouwd als een primaire leefomgeving)Residentiële omgeving (hetzij tijdelijk of langdurig, vrijwillig of onder dwang) wordt hier beschouwd als een primaire leefomgeving.

netwerken

hieronder verstaan we verschillende formele en informele netwerken: familie,vrienden, kennissen, school, werk, groepen, subculturen, verenigingen, cultuurgemeenschappen)

gemeenschap

hieronder verstaan we verschillende (lokale) gemeenschappen ofcommunities: de straat, de wijk, de gemeente, het land)Ontwikkelingen en positionering sociaal werkers

 

doelen van het sociaal werk 1

1) Bevorderen van participatie aan de samenleving. Het motto is minder mensen in instellingen enmeer mensen die in hun eigen omgeving functioneren

doelen van het sociaal werk 2 

2) Bevorderen van eigen kracht. Het gaat erom mensen te stimuleren en kinderen ontwikkelings-kansen te bieden en ze alleen waar nodig te ondersteunen om hun mogelijkheden te(her)ontdekken, te waarderen en in te zetten

doelen van het sociaal werk 3 

3) Een grotere nadruk op efficiëntie en kostenbewustzijn is ook een belangrijke ontwikkeling. Datwil zeggen: meer nadruk op signalering en preventie.

doelen van het sociaal werk 4 

4) Professionals sociaal werk moeten een plek innemen in het lokale speelveld. Veelverantwoordelijkheden en middelen zijn overgedragen naar gemeenten.

doelen van het sociaal werk 5 

5) Sociale technologie. In de beroepspraktijk van sociaal werk draagt sociale technologie bij aan efficiënte dienstverlening, signaleren, voorkomen, communiceren, interveniëren en organiseren.

3 landelijke kerntaken van sociaal werk

1) Bevorderen van sociaal functioneren van mensen en hun sociale context

 

2) Versterken van de organisatorische verbanden waarbinnen sociaal werk plaatsvindt

 

3) Bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep

de 3 niveaus waarop sociaal werk plaats vind

primaire leefomgeving, netwerken en gemeenschappen

missie van sociaal werk

bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving, participatie, autonomie en zelfredzaamheid

Het werk van een sociaal werker speelt zich af op drie niveaus

primaire

leefomgeving, netwerken en gemeenschappen

Eigenschappen

benaderen en benaderbaar zijn, onderzoekend, kunnen samenwerken,

coördineren, organiseren mensen samenbrengen om tot oplossingen te komen en ondernemend

zijn

Systeemwereld

van economie en politiek. Geld, macht, wetten en regels zijn de sturende

elementen. De overheid, provincie, gemeente en verzekeraars zijn daar de vertegenwoordigers

van.

Leefwereld

natuurlijke en sociale omgeving. Culturele, sociale en persoonlijke kenmerken

spelen een grote rol

 

Snijvlak van veel werkzaamheden van sociale professionals

Interferentiezone = onderwijs,

gezondheidszorg en sociaal werk zijn typische interferentiezones

 

Discretionaire ruimte

de handelingsvrijheid die de sociale professional heeft om tussen de

regels door te bewegen

motief sociaal werk religie 

godsdienstige levensbeschouwing:

barmhartigheid en gerechtigheid

Vanuit jouw godsdienst besluiten dat jij andere wil helpen.

motief sociaal werk 

Medemenselijkheid:

filantropia en humanitas

Het beste met andere mensen voorhebben en mensen dat ook betonen

Motief 3: openbare orde en welbegrepen eigenbelang

Er is nog niet iets aan de hand, maar om chaos te voorkomen wordt er bijv. actie ondernomen.

Motief 4: sociale angst

Vanuit jouw sociale angst ervoor zorgen dat er geen verdere problemen ontstaan binnen de

samenleving (mensen weghouden van opstand) (vanuit de overheid)

Tien vereiste kwalificaties sociaal werker

Actief opstellen en signaleren

Bevorderen van sociaal functioneren in en van de primaire leefomgeving

Bevorderen van sociaal functioneren in en van netwerken

Bevorderen van sociaal functioneren in en van gemeenschappen

Effectief en efficiënt werken

Samenwerken

Actief en ondernemend werken

Leren en ontwikkelen

Onderzoeken en innoveren

Kritisch en ethisch reflecteren

generaliseren

van alles een beetje kennis hebben

specialiseren

veel kennis hebben over een specifiek onderwerp

Nuldelijns

lichte zorg, vaak opgelost door informele netwerk

 

Eerstelijns

 ‘vrij’ toegankelijke zorg, eerste stap naar professionele hulp

 

Tweedelijnszorg

specialistische zorg

Intramurale zorg

intra=tussen’, intramuraal betekent dus letterlijk: tussen de muren. Zorg die

wordt verleend binnen een instelling (iemand die er verblijft, woont en slaapt)

Extramurale zorg

‘extra=buiten’, extramurale zorg wordt geleverd buiten de muren van een

instelling. Bijvoorbeeld bij een cliënt thuis, dagbesteding, zorgboederij etc.

Het web van actoren in het sociale domein op drie niveaus

Micro: sociale steun (=hulp uit het sociale netwerk), de waarde daarvan = sociaal kapitaal.

Mantelzorg (=langdurige, vrijwillige zorg), vrijwilligers, professionele zorg, belangenzorg en

burgerinitiatieven

Meso: gemeenten, sociale kaart (=wie waar per regio werkt), wijkteams, maatschappelijke

dienstverlening (ondersteuning aller daagse praktische zaken), brede welzijnsinstellingen,

instellingen voor begeleid wonen en dagbesteding, zorg coöperatie (=hybride vorm van

burgerinitiatief) etc.

Macro: ministeries, toezicht (inspecties), zorgverzekeraars, vakbonden, brancheverenigingen en

beroepsverenigingen.

WMO

Wet maatschappelijke ondersteuning): Maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid

van burgers stimuleren, actief burgerschap bevorderen en sociale samenhang verbeteren

Participatie wet

bedoeld voor iedereen die kan werken maar extra ondersteuning nodig heeft.

Jeugdwet

 betere ondersteuning voor kinderen, jongeren en (pleeg) ouders.

Zorgverzekerginswet

 Basispakket is gelijk voor iedereen (huisarts, ziekenhuis) aanvullend = extra.

Civil society

civiele maatschappij): publieke ruimte waar burgers elkaar vrijwillig opzoeken om

samen te werken en zich te verenigen (burgerinitiatieven, leesclubs, kookgroepjes)

Systeemwereld

van economie en politiek. Geld, macht, wetten en regels zijn de sturende

elementen. De overheid, provincie, gemeente en verzekeraars zijn daar de vertegenwoordigers

van

Leefwereld

natuurlijke en sociale omgeving. Culturele, sociale en persoonlijke kenmerken

spelen een grote rol.

Snijvlak van veel werkzaamheden van sociale professionals

Interferentiezone = onderwijs,

gezondheidszorg en sociaal werk zijn typische interferentiezones

Discretionaire ruimte

de handelingsvrijheid die de sociale professional heeft om tussen de

regels door te bewegen

Motief 5: in stand houden van arbeidsreserve

In stand houden van het aantal werklozen, zorgen dat mensen geen andere banen gaan zoeken.

 

Motief 6: schuldgevoel en verontwaardiging

Mensen vinden dat zij het erg goed hebben, vanuit daar willen zij mensen die het minder

hebben helpen

Motief 7: emancipatie en zelfontplooiing

In gaan tegen de ongelijkheid van de samenleving, sociaal werk was een reden om iets

buitenhuis te gaan doen en om zichzelf te ontplooien (vrouwen)

Motief 8: het professionele motief

Het feit van werk hebben eh het is een beroep waarmee jij brood op je plank hebt.

Sociale cohesie 

  de mate van samenhang en verbondenheid binnen een groep mensen.

Empowerment

Een proces waarin iemand gestimuleerd wordt zelfstandig te beslissen en te

ondernemen en voor zichzelf op te komen.

Sociale rechtvaardigheid 

 Iedereen heeft recht op toegang tot de basisbehoeften zoals 

individuele vrijheid, veiligheid, onderwijs en voedselzekerheid.

Diversiteit

Betekent verscheidenheid. Alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen.

Sociale verwevenheid = De samenhang of het sterk met elkaar in verband staan

Ethiek

 gaat altijd over handelen over wat je doet in een situatie.

Beroepsethiek

 gaat over zaken die je tegenkomt in je dagelijkse werk.

Plichtsethiek

 Heb je de juiste intentie?

Gevolgenethiek:

 Levert de handeling het grootste voordeel op voor de meeste mensen? Of

voorkomt deze het leed voor de meeste mensen?

Deugdethiek: 

 Toont je handeling je voortreffelijke karakter?

Zorgethiek: 

 Blijkt uit je handeling dat je zorg hebt voor de andere en de wereld?