Vitruvius
Romeinse architect/ingenieur ten tijde van Julius Ceasar (+/- 85-20v C). Hij schreef het boek De Architectura Libri Decem (Tien Boeken over Architectuur) in ca. 25 voor Christus. Dit boek dat de principes van de klassieke architectuur beschreef was erg populair tijdens de renaissance maar ook daarna nog. Het is de enige tekstuele bron over architectuur in de oudheid. De belangrijkste principes zijn:
VENUSTAS (vorm)
UTILITAS (functie)
FIRMITAS (constructie)
Keizer Constantijn
(280-337 na C) De Romeinse keizer Constantijn speelde een cruciale rol in evolutie van polytheïsme naar Christendom in het Romeinse Rijk.
313, Edict van Milaan: Wettelijke toelating Christelijke Cultus onder Keizer
Constantijn
à gestaag aantal toenemende bekeerlingen
à verschijnen van (bovengrondse) religieuze
christelijke architectuur
326: Constantijn maakt Christendom officiële religie van het Romeinse Rijk
326-337 na C: imposante kerkenbouw, o.a. de Oude Sint-Pieterskerk Rome (afgebroken omstreeks 1500).
Villard de Honnecourt
Franse ambachtsman/bouwmeester van de gotiek, 1220-1230. Middeleeuwen ‘ontwerp en uitvoering’ gaan hand in hand. De afbeelding komt uit zijn schetsboek.

Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc
Franse 'restaurateur' en theoreticus, 1814-1879. Centrale visie ‘architectuur & monumentenzorg’ = unité de style (éénheid van stijl): ‘een gebouw restaureren is niet het onderhouden, herstellen of herbouwen, het is het terugvoeren naar een voltooide toestand die misschien nooit heeft bestaan op een bepaald moment’ àunité de style als restauratietheorie : rechtvaardigt zowel de meest ‘oordeelkundige’ als de meest ‘radicale’ ingrepen, inclusief de volledige wederopbouw in een ideale hypothetische vorm ter wille van de ‘eenheid van stijl’. Deze negentiende-eeuwse architectuurvisie (inclusief unité de styles) werd uitgewerkt in Entretiens sur l’architecture (1858-1872).
Abt Suger
Hoofd van de abdij van Saint-Denis en grondlegger van de gotiek. Liet daar in 1140 de eerste gotische kerk bouwen. Zijn idee van het binnenlaten van Goddelijk licht en de hoogte in gaan richting de hemel hadden lagen aan de basis hiervan.
Filippo Brunelleschi
Leefde 1377-1446. Italiaanse architect en beeldhouwer. Veranderde de manier waarop gebouwen ontworpen en gebouwd werden. Komt uit ambachtsmilieu en was zelf goudsmid en beeldhouwer. Komt via wetenschappelijke analyse tot mogelijkheid om koepel te bouwen op bestaande Gotische structuur: koepel voor de Santa Maria del Fiore in Firenze.
1. Volledig afgewerkt ontwerp voor start constructie
2. Ontwikkeling project in welbepaalde volgorde door ontwerper: - definiëring proporties- definiëring dimensies- materiaalkeuze en technische haalbaarheid 3. Inspiratiebron is antieke oudheid : voorkeur voor geometrische figuren (naast vorm, ook kleur en materialen), maar (!) klassieke vocabularium wordt gebruikt voor nieuwe typologieën (kerken, publieke gebouwen en villa’s, …) _ 4. Ontwikkeling van perspectieftekening
Francesco di Giorgio
Proportie-theorieën: de proporties van het menselijk lichaam waren de perfecte maatstaf. Publiceerde zijn Trattati di architettura civile e militare in ca.1482.

Leonardo da Vinci
(1452 – 1519), Italiaanse alleskunner uit de Renaissance. Tekende o.a. de Vitruviusman (zie afbeelding) rond 1490 over de verhoudingen van het menselijk lichaam die ook zouden terugkomen in de architectuur.

Thomas More
(1478-1535) Kanselier Hendrik VIII (Engeland) Auteur Utopia (1516), sociaal manifest gebaseerd op Griekse ideaal (Plato) Utopia = ‘nergensland’
_ Kritiek op bestaande toenmalige maatschappij en samenleving in Engeland _ Visie dat ‘eigendom’ en ‘bezit’ verderfelijk zijn en slechte invloed uitoefenen op samenleving
Utopia = representatie van volmaakte maatschappij: overheid, samenleving, economie, religie, …
Basisideeën model maatschappij:
_ eigendom en winst maken komen niet voor (geen concentratie macht)
_ bestuur op basis van representatieve, parlementaire democratie
_ strikte reglementering van beroepen (max. 6 uur werken per dag, voor iedereen; verplichting tewerkstelling in agrarische sector, …)
_ gemeenschapsleven en opvoeding zijn belangrijke elementen
Leon Battista Alberti
(1404-1472), pionier:
- architectuurtheoreticus,
- publiceert over (klassieke) architectuur, op basis van het traktaat van Vitrivius - transformatie/toepassing van klassieke vocabularium op nieuwe typologieën --> harmonie/puurheid: niets kan worden toegevoegd of worden weggelaten
Donato Bramante
(1444-1514) Renaissance architect uit Italië. Bouwde o.a. tempietto di San Pietro in Montorio, Rome, 1502.

Raffaël
Renaissance schilder (1483-1520). Schilderde o.a. het 'Huwelijk van Maria' met architectuur elementen, 1504 (Milaan)

Andrea Palladio
(1508-1580), Italiaanse architect, maakte stadshuizen (palazzo's) en buitenhuizen geïnspireerd door de architectuur uit de oudheid.
Pieter Coeck van Aelst
(1502-1550), Vlaamse kunstenaar en auteur. Gaf boeken over de Italiaanse renaissance uit.
Francesco Borromini
(1599-1667), barok architect.

Alphonse Balat
(1818-1895), een Belgisch architect van de 19e eeuw, bekend om zijn serres van glas en staal. Leermeester van Victor Horta.
Michelangelo Buonarroti
(1475-1564) was een Italiaanse kunstschilder, beeldhouwer, architect en dichter. Hij bouwde o.a. mee aan de St. Pieterskerk in Rome.
Johann Joachim Winckelmann
(1717-1768), Duitse kunsthistoricus en archeoloog, grote invloed op neoclassicisme. e.g. publicatie: Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in Malerei und Bildhauerkunst / Thoughts on the Imitation of Greek Works in Painting and Sculpture (1755)
Giovanni Battista Piranesi
(1720-1778) kunstenaar, bekend door zijn etsen van Rome en andere Romeinse architectuur, grote invloed op neoclassicisme. e.g. publicatie: Della Magnificenza de Architettura de Romani (1761) met meer dan2000 tekeningenen gravures van het oudeRome
Claude Perrault
(1613-1688), aanhanger rationalisme, architectuurtheoreticus midden 17e eeuw: Nadruk op natuurwetten: solidité (sterkte) utilité (geschiktheid) bienséance (gepastheid). 'Goede architectuur’ moet gebaseerd zijn op -- ‘symmetrie’, ‘proportie’ en ‘mathematica’.
Marc Antoine Laugier
(1713-1769), beschouwd als dé architectuur theoreticus van het rationalisme essai sur l’architecture (1755) ‘laten we eenvoudig en natuurlijk blijven… dat is de enige wegnaarschoonheid’ primitieve hut of la cabane rustique als prototype van rationele architectuur en hang naar natuur.
Jacques Soufflot
(1713-1780), architect, aanhanger van rationalisme en neoclassicisme
Etienne-Louis Boullée
(1728-1799), architect, aanhanger van rationalisme en neoclassicisme
Claude Nicolas Ledoux
(1736-1806), architect, aanhanger van rationalisme en neoclassicisme.
Jean-Nicolas-Louis Durand
(1760-1834), architect, aanhanger van rationalisme en neoclassicisme. Rationele compositie van plan en gevelopbouw: Kennisopbouw van alle elementen/onderdelen systematisch ordenen van klassieke architectuur volgens een assenstelsel Allesomvattende ontwerpmethode. Schema (ritme en verdeling) van constituente delen moet vanuit een economie der middelen bedacht zijn (eenvoud en regelmaat) Het plan geeft aanleiding tot een gevelopstand.
Leerling van Boullée en docent aan de Ecole Polytechnique met sterke natuurwetenschappelijke benadering; Via architectuuronderwijs slaagt hij erin om deze rationele architectuurvisie ingang te laten vinden in architectuurpraktijk (ook in België).
Pieter Jan Auguste Dens
(1819-1901) professor Koninklijke Academie (1862-1901)
- schrijnwerk & timmerwerk, Perspectieftekenen, Bouwtechnieken, Bouwcompositie
- Antwerps stadsarchitect (1863-1880/84) renovatie Stadhuis, schoolgebouwen, theaters, politiekantoren. Neo-Vlaamse renaissance.

John Ruskin
(1819-1900): Seven Lamps of Architecture (1849) anti-restauratietheorie: ‘bestuderen goed, waarderen zeker, maar -- afblijven en koesteren’. Belangrijk in de Arts & Crafts beweging.
Auguste Welby Northmore Pugin
Sir John Soane
(1753-1837) Documentatiepraktijk en collectievorming met originele objecten in London. Nog steeds museum.
César Daly
(1811-1894), Franse architectuurcriticus, publicist en belangrijke theoreticus voor verspreiding van ecleticisme. ‘Geschiedenis als basis van het ‘schone’, de wetenschap als basis van ‘het ware karakter van de bouwkunst’, met als doel een ‘functionele’ architectuur die aan de behoeften van het leven voldoet. Kunst, wetenschap en industrie gaan hand in hand. Zowel technische als esthetische voorwaarden moeten aan de ontwikkeling van de hedendaagse (19e-eeuwse) maatschappij worden aangepast.
August W. N. Pugin
(1812 - 1852) Een Engelse architect en criticus, die de wegbereider werd van de neogotische stijl. Belangrijk figuur in de Arts & Crafts beweging.
William Morris
(1834 – 1896) De belangrijkste ontwerper van het 19e-eeuwse Engeland. Hij is vooral bekend als de geestelijke vader van de arts-and-craftsbeweging.
• Industriële productie: zielloos, slechte kwaliteit
• Voor heropleving van ambachten en middeleeuwse gilden
• Ontwikkeling van toegepaste kunsten, dagelijkse gebruiksvoorwerken (textiel, behang, boeken, meubilair)
• Morris & Company, met schowroom in London

Victor Horta
(1861-1947) Belgische architect, vooral bekend om zijn Art Nouveau woningen.
• Beaux-Arts onderwijs te Gent
• Stage bij Alphonse Balat (glas- en ijzerarchitectuur)
• Sterke invloed van Frans rationalisme en Eugène Viollet-le Duc
• Vroege werk: neo-classistische architectuur
• Rationeel in vormentaal en compositie
• Via gebogen lijnen in fronton, introductie van natuurlijke lijnenspel
• Opdrachtgevers Horta: rijke burgers die vaak uit een progressief liberaal milieu kwamen.
• Sterkte connecties met universiteit en Vrijmetselarij
• Rijk genoeg om progressieve architectuur aan te durven: dynamische creativiteit trekt aan
• In eerste instantie vooral opdrachten voor individuele particuliere woningen.
• Bouwde o.a. Hotel Tassel, Hotel Solvay en Volkshuis.
• Later in zijn leven liet Horta de Art Nouveau los en begon hij te ontwerpen in de art deco.

Henry van de Velde
(1863-1957) Autodidact, maar wel de theoreticus van de Art Nouveau
• Rationele kunstopvatting, geïnspireerd door Arts & Crafts met William Morris
• Stelt onderscheid tussen de kunsten ter discussie: ‘schone kunsten’ vs ‘toegepaste kunsten’
• Kijkt niet neer op ‘machine’: nijverheid kan de kunst en het leven verzoenen

Paul Cauchie
(1875 – 1952) Belgische Art Nouveau architect en kunstenaar, vooral bekend om zijn sgraffito kunst.
Ernest Blérot
(1870-1957) Art nouveau architect tweede generatie
Gustave Strauven
(1878-1919) Art nouveau architect tweede generatie
Gustav Klimt
(1862 – 1918) was een Oostenrijkse symbolistische schilder, wandschilder en tekenaar. Hij geldt als het meest prominente lid van de Wiener Secession, waarvan hij ook enige tijd voorzitter was.

Josef Hoffmann
(1870 – 956) was een Oostenrijksarchitect en ontwerper, betrokken bij de oprichting van de Wiener Secession en de centrale figuur van de Wiener Werkstätte die hij in 1903 oprichtte.
Otto Wagner
(1841 – 1918) was een Oostenrijks architect en een van de toonaangevende figuren in de Wiener Secession,
Louis Sullivan
(1854-1924) ‘Uitvinder’ van de Amerikaanse hoogbouw (staalbouw) Exponent van de Chicago School of Architecture. Bekend van 'form follows function'. "Alle dingen in de natuur hebben een vorm, dat wil zeggen, een vorm, een uiterlijke schijn, die ons vertelt wat ze zijn, die hen onderscheidt van onszelf en van elkaar."
Frank Lloyd Wright
(1867-1959) Architect en theoreticus
Vroege periode:
• ‘Prairiehouses’ (1880s-1890s)
• The Arts and Craft of the Machine: ‘Construction should be decorated. Decoration should never be purposely constructed.’
Hendrik Petrus Berlage
(1865-1934)
• Architectuur is in de eerste plaats de kunst van de ruimteomsluiting.
• Het primaire materiële middel voor het scheppen van ruimte is de vlakke muur zonder afleidende decoratie: ruimte gaat voor vorm. Hij wil het metselwerk van de muren laten spreken.
• geometrische zakelijke aanpak in zowel plan als opbouw (nieuwe zakelijkheid)
Adolf Loos
(1870-1933) Zoon van een steenhouwer
• Volgt technische opleiding
• Werkt in Amerika als metser en vloerder
• Inspiratie Sullivan (cfr. Frank L. Wright)
• Start eigen architectuurpraktijk in Europa
Polemiek via architectuurrealisaties en theoretische publicaties:
• publiceerde in Weense dagbladpers als cultuurcriticus en essayist:
• theorie & praktijk: project Michaelerplatz (1911) in Wenen en villa Müller (1930) in Praag
• Was tegen ornamenten omdat ze immoreel en inefficiënt zouden zijn
• Tonen van ‘fatsoen’. Een huis toont fatsoen als het er onopvallend uitziet, zich voegt naar zijn omgeving en deel uitmaakt van een traditie, terwijl het tegelijkertijd rekening houdt met de vereisten van de eigen tijd. Essentie van (hedendaagse) architectuur ligt in hoe ze zich verhoudt tot traditie en cultuur. Kunst van andere orde, boven de cultuur, en loopt tijd vooruit.
• Architectuur is geen kunst, van ‘bouwkunst’ is er enkel sprake bij niet functionele bouwsels, zoals grafmonumenten en gedenktekens
Le Corbusier
Oftewel Charles Edouard Jeanneret (1887-1965). Zwitsers en Frans. Begon in Art nouveau stijl, werd daarna grondlegger van de modernistische beweging. Bedacht gebouwen met een dragende constructie van beton en staal zonder dragende gevel of binnenmuren die boven het maaiveld stonden. Bekend van 'machine d'habite' en 'architectuur of revolutie'. Bedacht ook woonblokken die op elkaar gestapeld konden worden als gigantische flats als ontkenning van de historische stad.
Piet Mondriaan
(1872-1944) een Nederlandse kunstschilder en kunsttheoreticus, die op latere leeftijd in het buitenland woonde en werkte. Wordt algemeen gezien als een pionier van de abstracte en non-figuratieve kunst. Lid van De Stijl
Theo van Doesburg
(1883 - 1931) een Nederlandse kunstenaar. Hij staat bekend als een van de belangrijkste vertegenwoordigers en propagandisten van de abstracte kunst in de 20e eeuw. Lid van De Stijl.
Gerrit Rietveld
(1888 – 1964) was een Nederlands architect en meubelontwerper. Lid van De Stijl.
Walter Gropius
(1883 – 1969) Oprichter en eerste directeur Bauhaus opleiding. Voor hem moest architectuur van onderuit groeien en een samenwerking zijn tussen alle ambachten, maar ook ingaan op maatschappelijke noden.
Hannes Meyer
(1889 - 1954) was een Zwitsers architect en urbanist. Als directeur Bauhaus verlegt hij nadruk van kunst naar wetenschap. Voor hem is bouwen vooral organisatie, sociaal, technisch, economisch en fysisch.
Ludwig Mies van der Rohe
(1886-1969) Directeur Bauhaus na Hannes Meyer.
- Less is more
- Zoektocht naar perfecte oplossingen voor nieuwe architectonische uitdagingen
- Heldere constructie: ‘beton, ijzer en glas’, afwijzen van elk formalisme
- Later sterke nadruk op modulair bouwen, oog voor details en verbindingen
Alvar Aalto
(1898-1976), Finland. Bewuste pogingen om moderne architectuur af te stemmen op lokale klimaat, traditie en levenswijzes: zintuigelijke beleving van architectuur staat centraal, en daardoor naast esthetiek ook sterke nadruk op akoestiek, lichtinval en tactiele aspecten. Vertrekt vanuit Scandinavische klimaat, de schaal van het landschap en licht intensitiet
Renaat Braem
(1910–2001)
- Stage bij Le Corbusier
- Lid van CIAM
- Architect, auteur, schilder en beeldhouwer
- Van ‘woonmachine naar organische vormentaal’
- Schrijver 'het lelijkste land ter wereld'
Willy Van Der Meeren
(1923 – 2002)
- Switch van Brusselse Academie naar La Cambre
- Later docent aan Vrije Universiteit Brussel
- Belangstelling massaproductie
- Prototype EGKS woningen en Ieder Zijn Huis
- Gerenommeerd meubelmaker
Herman Hertzberger
(1932-heden) Nederlandse architect van de menselijke schaal
Simone & Lucien Kroll
(1927-2022), Architectenechtpaar van de menselijke maat.
Aldo en Hannie Van Eyck
Aldo: 1918-1999. Hannie: 1918-2018. Architectenechtpaar van de menselijke maat.