Oudste manier: breuklood plaatsen
Voordeel:
Nadeel:

Verlijmen:
Historisch gezien is een breed gamma van (vaak ongeschikte) lijmen gebruikt, al naargelang wat er beschikbaar was
Eind 20ste eeuw doorbraak met twee-componenten epoxyharsen zoals Araldite, Hextal, Finebond etc
Voordeel verlijmen:
Nadeel:

De Tiffany techniek

Irisatie (of iridisatie)
Oorzaak: veroorzaakt door interferentie-effecten van licht dat wordt weerkaatst door opeenvolgende lagen die zich vormen binnen in het glas
> Je kan iriserend glas dus beschouwen als een vroege, ‘milde’ vorm van degradatie

Corrosiekorsten
Uitzicht: witte waas, opaak
Behandeling: korst (origineel materiaal) niet wegnemen, wel inzetten op preventie & vuil
vooraf wegnemen
Oorzaak: water veroorzaakt uitwisseling van ionen tussen glas en polluenten uit de atmosfeer, dan vormt een opake korst met zowel originele bestanddelen uit het glas als van de atmosfeer

Putcorrosie
Uitzicht: kraters in het oppervlak, meestal aan interieurzijde
Oorzaak: condensdruppels zorgen voor lokale ionenuitwisseling → ruw plekje, zal op termijn kraters vormen
Krassen door schoonmaken kunnen dit proces versnellen (krassen houden vuil vast)

(combinatiebeeld)
Irisatie - breuken & lacunes - witte korsten

Solarisatie
Uitzicht: purper glas
Oorzaak: MnO2 werd aan historisch glas toegevoegd om groene tint te compenseren, maar Mn3+ zorgde dat het glas purper werd na blootstelling aan de zon (UV) = redoxreactie
volledige uitleg slides:
Ijzer is in glas aanwezig als blauw Fe2+ en geel Fe3+ = groenig glas (= typische flessengroen)
Bij toevoeging aan glas zal Paars Mn3+ reduceren tot vrijwel kleurloos Mn2+, terwijl het (blauwe) Fe2+ zal oxideren tot geel Fe3+ = er is dus enkel nog geel Fe3+ aanwezig in glas
>Krijg je dan geen geel glas? Niet echt want geel Fe3+ is veel minder intens van kleur dan blauw Fe3+, het heeft een lager kleurend effect op het glas = quasi kleurloos glas.
Maar als ontkleurd glas met gereduceerd Mn2+ lange tijd wordt blootgesteld aan ultraviolet licht, kan het mangaan foto-oxideren, terug tot het paarse Mn3+ zelfs in vrij lage concentraties geeft dit het glas een roze of paarsachtige kleur

Mangaanverbruining
Oorzaak (enkel bij degraderend glas-in-lood en archeologisch glas): Mn²+ uit het glas oxideert OF Mn³+ en Mn4+ uit de omgeving penetreert in de aangetaste laag (door lamellen in aangetast glas is er aanvoer van zuurstof en extern Mn)

Mangaanverbruining
Type 1: donkere inclusies in de lamelstructuur en in barsten

Mangaanverbruining
Type 2: bruine, ‘dendrietachtige invasie’ van de aangetaste laag
Mn penetreert/groeit vanuit barsten

Crizzling
Eerste fase: het oppervlak wordt mistig en lijkt nat of vettig (Vocht op oppervlak, aantasting aan het oppervlak)
oorzaak is combinatie van:

Crizzling
Tweede fase: zoutkristallen op het oppervlak

Crizzling
Derde fase: ontstaan van micro-barstjes (incipient + full blown crizzling) > Vocht gaat in het glas = aantasting van glasnetwerk

Crizzling
Vierde fase: verlies van materiaal i.e. afschilfering en fragmentatie > het object wordt gevoelig voor breken, moeilijk te manipuleren

Crizzling
Roze/paarse verkleuring kan neveneffect van crizzling zijn
was origineel kleurloos, bevat mangaanoxide als ontkleurder, degradatieproces doet Mn oxideren zoals bij solarisatie

Verlies van glasverf
Vaak door degradatie van glas zelf

Ondeskundige restauraties/herstellingen

Zwaartekracht en gewicht
Oorzaken van verlies aan treksterkte

Mechanische schade veroorzaakt door manipulatie

Fysische (mechanische) degradatie: Veranderingen in de structuur of vorm van het materiaal door externe krachten of omgevingsfactoren

Effenbinding, linnenbinding, afgeleiden

Keperbinding

Satijnbinding

Oxidatie = het proces waarbij onder invloed van zuurstof uit de lucht maar ook door licht bepaalde groepen in een molecule worden omgezet
Gevolg => Bij ongekleurde wol en katoen: vergeling, doordringende geur. Het materiaal verzwakt.

Schade door licht is onherstelbaar en cumulatief

Schade door licht is onherstelbaar en cumulatief
(licht)

Verkleuren

Kleuren bloeden/lopen uit
(vocht)

Waterschade, waterkringen
(ook fysische: breuken en scheuren bovenaan)
(vocht)

Schimmels
(temp + vocht)

Schimmels
(temp + vocht)

Insectenschade

Damast

Bandweefsel

Fysisch-mechanische schade en intern verval

Paneelvoegen vormen steeds een zwak punt

afschuiningen
Afwerking van panelen aan de achterzijde doorheen de eeuwen: in de 16e,17e eeuw afschuiningen die manueel werden aangebracht en dus ongelijkmatig zijn : vanaf ca 1530 werden paneel en lijst gescheiden

Een vast parket, aangebracht door een restaurateur die het mechanisme van een parket niet begrepen heeft

Kopercorrosie : treedt normalerwijze niet op omdat de verf de koperplaat afsluit van de lucht.

Kopercorrosie: Achterzijde van de plaat ; meestal duidelijke corrosie sporen
Dikte van de koperen plaat speelt een rol bij degradatie verschijnselen als vervormen

links onder toont dat deze plaat op een raam werd genageld

Zink drager

Koper drager

Tin drager

Contactcorrosie op metalen drager
Indien de potentialen met meer dan 0,25 V afwijken : contactcorrosie

blauwe zones : afschilfering door ofwel, degradatie van het bindmiddel , ofwel contactcorrosie tussen cobalt blauw en zink

Afschilfering op metalen drager
Treedt niet veel op bij metalen platen, behalve door degradatie van bindmiddel of contactcorrosie

Doorhangen - doek drager
Grote doeken hangen door door gewicht van doek en verf. Linnen wordt bros door oxidatie van cellulose → gevoelig aan gaten, scheuren, puntbelasting

Loskomen doublering
Doublering werd aan verzwakte doeken aangebracht met dierlijke lijmen, kunnen hun kleefkracht verliezen

Schimmelvorming

Vervuiling - vuil en stof

Puntbelasting

stoplap
lokaal aangebracht zullen aftekenen > visueel storend

marouflage
= doek kleven op een ander materiaal, vb. paneel
Veroorzaakt blazen door combinatie van twee materialen die anders reageren op omgevingsfactoren

Jeugdbarsten kennen meestal een zeer ongelijkmatig verloop,
beperkt tot verffilm, gaan niet doorheen gronderingslaag

Krimpscheuren en degradatie van rode lak op een 19e eeuws werkje van Moerman ten gevolge van het gebruiken van siccatieven

Jeugdbarsten kennen meestal een zeer ongelijkmatig verloop,
oppervlakkig, beperkt tot verffilm, gaan niet doorheen gronderingslaag

Ouderdombarsten op een paneelschildering

Ouderdomsbarsten bij een drager op doek

Ouderdomsbarsten bij een drager op doek
Barstenpatronen op doek. Soms verraden ze de weefstructuur
hier: breedmazig geweven doek

Spanningsbarsten in een hoek van een schilderij met centraal op de foto spieraamcaraquelé

Barsten ontstaan door langdurige blootstelling aan vocht en ten gevolge van het krimpen van de textiele drager

spinnenwebcraquelé

Rimpelvorming (acrylverf te dik aangebracht)

waterschade (onderaan)
> heeft in stilstaand water gestaan

verkleurde olievernis met jeugdbarsten waarschijnlijk door gebruik van siccatieven

broze alcoholvernis met craquelures
fijne haarscheurtjes te zien, niet in de verflaag maar in de vernislaag ⇒ witte waas over schilderij, vermindert leesbaarheid van schilderij = blindslaan van vernis

Vernisbarsten

sterk verbruinde harsvernis

blindslag als gevolg van degradatie van vernislagen

Degradatie van asfalt
Samenstelling: organische component (bitumen) en anorganische component (vulstoffen)
Gebruik als pigment: vanaf 16de eeuw, toppunt in 18e-19e eeuw (daarna niet meer door slechte droogeigenschappen en craquelévorming)
Degradatieverschijnselen:

rimpelvorming

Bitumen in vernis
Droogt traag door verdamping

Degradatie van vermiljoen onder invloed van licht en chloor (onzuiverheid)
pigment kan terug overgaan naar zwarte kwiksulfide, krijgt soms ook purperachtige verschijning

Degradatie van vermiljoen: sjerp schimt zwart

Degradatie van vermiljoen,
purperachtige schijn in figuur links - verkleuring
Firenze

wit kleed zou iconografisch blauw of rood moeten zijn voor Maria ⇒ rode lak was door licht volledig gedegradeerd

Degradatieproducten: palmeriet, anglesiet,
lanarkiet = onoplosbaar, vormt transparante tot
witte laag

verkleuren van ultramarijn
Samenstelling: uit halfedelsteen lapis lazuli
Degradatieverschijnselen:

Het pigment is na droging niet volledig waterecht. Dus geen polaire solventen.
Het pigment is niet bestand tegen zuren.
Wanneer het in een vochtige omgeving verblijft kunnen de pigmenten opzwellen waardoor het verband tussen pigment en bindmiddel wordt verbroken (crepering : zeer kleine haarscheurtjes zullen ontstaan). Door inwerking van zure gassen kan op een dergelijk ogenblik, een grijsblauwe of witgrijze verkleuring ontstaan die ultramarijn ziekte wordt genoemd.

verkleuren van smalt in het blauwe onderkleed van een Koningsfiguur
(David Teniers de Jonge)

Verkleuren van smalt
Detail mantel van Sint Jan na afname van retouches en na inkitten. De oorspronkelijke kleur werd door oude retouches afgeschermd van licht en bleef behouden

Verkleuren van smalt

Degradatie van Zinkwit
Verkrijten
Zinkoxide is katalysator bij vormen van waterstofperoxide, waardoor retouches kunnen verkrijten

Degradatie van Zinkwit
Closeup: duidelijke craquelévorming zichtbaar is ten gevolge van het schilderen op een niet volledig door gedroogde ondergrond van zinkwit

Degradatie van zinkwit
detail van de linker onder hoek, waarbij kleine vulkaantjes zichtbaar zijn ten gevolge van het vormen van zinkagglomeraten, ontstaan uit een reactie van het zinkhoudend pigmentgedeelte met het bindmiddel (walnootolie, damar en bijenwas) in een mengsel met chroomrood

loodwit verzeping
Loodzepen vormen tijdens droogproces van de tweede loodrijke gronderingslaag -> zwellen en komen als bolletjes doorheen het oppervlak & laten kraters achter

Verzeping loodcomponenten
Er werd gespeculeerd dat er zand gemengd was in de verf om een korrelige structuur te bekomen in de daken, bleek niet volledige stabiele loodcomponenten te zijn
Vermeer - Gezicht op Delft detail

Gele lakken verkleuren (schietgeel)
instabiel ⇒ geeft grijsachtige schijn, in extremere gevallen zien we de gele elementen slechter
Gele lakpigmenten verkleuren door het logen met alkalische oplosmiddelen tijdens het reinigen en gedeeltelijk afgenomen worden.

Groen kon bereikt worden door een blauwe onderlaag met daarover een gele lak.
Gele lakpigmenten verkleuren door het logen met alkalische oplosmiddelen tijdens het reinigen en gedeeltelijk afgenomen worden.

Degradatie van cadmium geel (CdS)
Eigenschappen:
Degradatiefenomenen:
(detail Van Gogh)

Degradatie van cadmium geel (CdS)
Degradatie te zien bij de gele locaties, cadmium is geëvolueerd tot gebroken witte kleur, wat oorspronkelijk veel levendiger was

Degradatie van Chroomgeel
Chroom verkleurt naar bruin, door invloed van licht (en vooral bij aanwezigheid van bariumsulfaat)

Degradatie van Chroomgeel
Voorbeeld instabiliteit van loodchromaat
(Portret van Gauguin)

“Blanching” of wit uitgeslagen verfpartijen
diepte is verdwenen, uit onderzoek bleek het een kristalvormige waas te zijn, dat sterk gehecht is aan pigmenten

Schimmelschade (pigmentverkleuring)
Degradatiefenomenen: Vlekkenvorming, Verkleuring (sommige schimmels bevatten kleurstoffen), Verzuring door uitscheidingen
Behandeling: geen universeel middel

Schimmelschade
Schimmels op een schilderij dat werd gedoubleerd volgens de Florentijnse methode.

Schimmelschade
Bindmiddel is aangetast door schimmels.

Calamiteit: brand
Ingesmolten vernissen

Calamiteit
waterschade

Calamiteit: brand
Brandblazen

Calamiteit
waterschade en degradatie van bindmiddel

verdigris vormt koperresinaat, dat bruinachtig verkleurt door oxidatie. Er wordt koperoxides gevormd.
(Teniers)

Verdigris & koperresinaat
Schilderij is overreinigd met ammonium.
In dit schilderij is het ganse kleurenperspectief haast verloren gegaan door onoordeelkundig afnemen van glacis en pigmentoxidaties.

Verdigris & koperresinaat
Hoe omgaan met pigmentdegradatie in de praktijk. In dit voorbeeld is de mantel van de H. Jozef volledig vervaagd.
Er zijn slechte retouches op aangezichten, slechte retouches zo gelaten, anders ga je te sterk overschilderen ⇒ je bent niet meer aan het restaureren: “wij accepteren de pigmentverkleuring"

Verdigris & koperresinaat
De H. Familie met Sint Jan de Doper, 1575, Paolo Veronese, Rijksmuseum Amsterdam. In dit voorbeeld is de mantel van de Madonna volledig vervaagd.

Verdigris & koperresinaat
Door het verlies aan kleur, is alle diepte in de mouw verloren.

Overmatige reiniging met verfsleet als gevolg

Verfsleet

Verfsleet : vaker in donkere partijen

Latere toevoegingen

Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp

Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp
Verschil in opbouw leidt tot:

Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp
Verschil in opbouw leidt tot:
(A) Oppervlaktebarsten op tangentiaal vlak (surface checking).
(B) De doorsnede op transversaal vlak toon aan dat dit geen oppervlakkig fenomeen is.

wigvormige spie om barst aan te vullen
Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp

knoest uitgeboord en aangevuld met ander stukje hout: dit zwelt en krimpt ook op een ander manier maar minder prominent
Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp

krompessiekrimp
cellen zijn van volume veranderd, scheefgetrokken, celwanden zelf verdund
Hout is elastisch, dus door zwel en krimp te belemmeren treedt er potentieel schade op (barsten, kieren)

kompressiekrimp
Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp

krompessiekrimp
limitatie op zwelgedrag ⇒ interne compressieruimte gradiënt, in het midden worden de cellen samengeperst, grotere permanente schade in het midden ⇒ droogt uit en krimpt ⇒ originele volume kan niet meer bekomen worden ⇒ grote interne stress ⇒ breuk in het midden ontstaat

krompessiekrimp
veel zichtbaar in fronten van deuren, in houten kader decoratieve panelen, worden verankerd aan weerszijden ⇒ kan je opvullen met spie, panelen losmaken en tegen elkaar weer plaatsen, of niets doen zijn opties “c’est la vie” ⇒ geen andere spanningen kunnen ontstaan

krompessiekrimp
Fysische schade
Interne processen - zwel/krimp

Fotodegradatie - Kleurverandering
penetratie van licht → biopolymeren (cellulose, lignine, hemicellulose) aangetast => Meestal slechts oppervlakkige schade maar kant tot 0,4 mm schade aanrichten bij langdurige blootstelling
irreversibele esthetische impact

Fotodegradatie - Kleurverandering
Artificiële kleuring komt ook voor, zijn ook gevoelig voor fotodegradatie => met restanten kunnen we digitale reconstructies maken

Fotodegradatie - Kleurverandering

Fotodegradatie - Kleurverandering
3 niveau's van fotodegradatie

Biologische aantasting - Schimmels
Zachtrot

Biologische aantasting - Schimmels
Witrot

Biologische aantasting - Schimmels
Bruinrot

Biologische aantasting - Insecten
Uitvlieggaten!

Biologische aantasting - Insecten
Bonte knaagkever, bonte klopkever, grote houtwormkever, doodskloppertje
Imago: 6-8mm; donkerbruin-rode kleur met okerkleurige haren,
Larven: larve 10mm; haakvormig, wit-crèmekleurig; goudkleurige ‘haren’ met donkerbruine kaken
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: vochtig loofhout (vochtproblemen => schimmels; koudebruggen) voornamelijk eiken; opportunist => soms naaldhout
Uitvlieggaten: rond, tot 4mm diameter

Biologische aantasting - Insecten
Bonte knaagkever, bonte klopkever, grote houtwormkever, doodskloppertje
Imago: 6-8mm; donkerbruin-rode kleur met okerkleurige haren,
Larven: larve 10mm; haakvormig, wit-crèmekleurig; goudkleurige ‘haren’ met donkerbruine kaken
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: vochtig loofhout (vochtproblemen => schimmels; koudebruggen) voornamelijk eiken; opportunist => soms naaldhout
Uitvlieggaten: rond, tot 4mm diameter

Biologische aantasting - Insecten
Huisbokter
Imago: 8-25mm; zwart tot brein, grijze haren, zwarte stippen op borststuk, witte vlekken op schild
Larven: larve 30mm; langerekt, verbrede kop met donkerbruine kaken
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: (vrijwel)droog naaldhout, voorkeur voor spinthout (soms kernhout)
Uitvlieggaten: ovaal, 3-6mm

Biologische aantasting - Insecten
Huisbokter
Imago: 8-25mm; zwart tot brein, grijze haren, zwarte stippen op borststuk, witte vlekken op schild
Larven: larve 30mm; langerekt, verbrede kop met donkerbruine kaken
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: (vrijwel)droog naaldhout, voorkeur voor spinthout (soms kernhout)
Uitvlieggaten: ovaal, 3-6mm

Biologische aantasting - Insecten
Kleine klopkever
Imago: 3-4mm; donkerbruin-rood; helmachtige kop; rijen met putjes op schild
Larven: larve 2-5mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: droog loof- en naaldhout; niet zuur hout => wit loofhout (soms in eiken)
Uitvlieggaten: rond, 1 tot 2mm diameter

Biologische aantasting - Insecten
Kleine klopkever
Imago: 3-4mm; donkerbruin-rood; helmachtige kop; rijen met putjes op schild
Larven: larve 2-5mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: voorjaar; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: droog loof- en naaldhout; niet zuur hout => wit loofhout (soms in eiken)
Uitvlieggaten: rond, 1 tot 2mm diameter

Biologische aantasting - Insecten
Spinthoutkever
Imago: 5-7mm; roodbruin; afgeplat en langgerekt lichaam, parallelle lijnen op schild
Larven: larve 5-7mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: juni-augustus; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: jong hout, spinthout. Niet in naaldhout
Uitvlieggaten: rond, 1 tot 2mm diameter vergelijkbaar met Anobium punctatum maar verpulvert hout (zeer fijn boormeel)

Biologische aantasting - Insecten
Spinthoutkever
Imago: 5-7mm; roodbruin; afgeplat en langgerekt lichaam, parallelle lijnen op schild
Larven: larve 5-7mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: juni-augustus; actief op warme dagen
Houtvoorkeuren: jong hout, spinthout. Niet in naaldhout
Uitvlieggaten: rond, 1 tot 2mm diameter vergelijkbaar met Anobium punctatum maar verpulvert hout (zeer fijn boormeel)

Biologische aantasting - Insecten
Snuitkevers
Imago: 2,5-5mm; roodbruin-zwart; kenmerkende lange snuit, putjes in schild
Larven: larve 3-6mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: juni-augustus; zomerperiode
Houtvoorkeuren: zeer vochtig en rottend hout
Uitvlieggaten: onregelmatig van vorm, in richting van houtvezel

Biologische aantasting - Insecten
Snuitkevers
Imago: 2,5-5mm; roodbruin-zwart; kenmerkende lange snuit, putjes in schild
Larven: larve 3-6mm; wit-crèmekleurig, haakvormig
Uitvliegen: juni-augustus; zomerperiode
Houtvoorkeuren: zeer vochtig en rottend hout
Uitvlieggaten: onregelmatig van vorm, in richting van houtvezel

Transformatie: Patina
warm-gele tot roestkleurige kleur, soms zwart;
bedekt het hele (opper)vlak, beperkt tot de buitenste laag;
Sterke ‘hechting’ want deel van origineel materiaal
geen behandeling, inherent deel van veroudering, geen risico voor behoud

Transformatie: Patina
warm-gele tot roestkleurige kleur, soms zwart;
bedekt het hele (opper)vlak, beperkt tot de buitenste laag;
Sterke ‘hechting’ want deel van origineel materiaal
geen behandeling, inherent deel van veroudering, geen risico voor behoud

Verkleuringen: Oxidatie van interne ijzermineralen
kleine geel-rode vlekjes die uitwaaieren vanuit een punt, typisch bij witte marmer, enkel aan het oppervlak, soms barsten door volumetoename van ijzer
Oorzaak: oxidatie van ijzermineralen die als kristallen aanwezig zijn in de steen, door contact met O
Geoxideerde Fe mineralen in leisteen

Verkleuringen: Oxidatie van interne ijzermineralen
kleine geel-rode vlekjes die uitwaaieren vanuit een punt, typisch bij witte marmer, enkel aan het oppervlak, soms barsten door volumetoename van ijzer
Oorzaak: oxidatie van ijzermineralen die als kristallen aanwezig zijn in de steen, door contact met O
Geoxideerde Fe mineralen in zandsteen

Depositie: Afzetting van geoxideerd metaal, in de vorm van afwateringstraject
Oorzaak: afzetting van metaalwerk (groen bij koperhoudende metalen, bruin bij ijzerwerk)
Fysisch proces aangezien de bron extern is, dus geen verkleuring en wel depositie

Depositie: Afzetting van geoxideerd metaal, in de vorm van afwateringstraject
Oorzaak: afzetting van metaalwerk (groen bij koperhoudende metalen, bruin bij ijzerwerk)
Fysisch proces aangezien de bron extern is, dus geen verkleuring en wel depositie

Depositie: Afzetting van geoxideerd metaal, in de vorm van afwateringstraject
Oorzaak: afzetting van metaalwerk (groen bij koperhoudende metalen, bruin bij ijzerwerk)
Fysisch proces aangezien de bron extern is, dus geen verkleuring en wel depositie

Barsten: Oxidatie van metallisch ijzer
barsten rond ijzeren ankers, krammen, etc.
Oorzaak: oxidatie van ijzerwerk zet uit & steen barst door volume-uitzetting
Mechanisch proces

Barsten: Oxidatie van metallisch ijzer
barsten rond ijzeren ankers, krammen, etc.
Oorzaak: oxidatie van ijzerwerk zet uit & steen barst door volume-uitzetting
Mechanisch proces

Barsten: Oxidatie van metallisch ijzer
barsten rond ijzeren ankers, krammen, etc.
Oorzaak: oxidatie van ijzerwerk zet uit & steen barst door volume-uitzetting
Mechanisch proces

Barst: wegens overbelasting
barst loopt doorheen de steen, vaak gepaard met afschilferen
Oorzaak: steen is niet sterk genoeg om lasten te dragen
Mechanisch proces

Barsten: Styloliten
typisch in blauwe hardsteen (ook in andere kalksteen en marmer), gegolfde barsten die parallel liggen aan sedimentlagen
Oorzaak: gevormd tijdens geologische vorming van de steen
Mechanisch proces

Barsten: Steken
breuk loopt door de hele steen in een scherpe lijn, typisch voor blauwe hardsteen
Oorzaak: drukontlasting
Mechanisch proces

Stervormige barst: meerdere scheuren die vanuit een centraal punt vertrekken

Barst: een scheur die de steen in twee of meer delen verdeelt, waarbij de delen nog bij elkaar zijn (anders is het een lacune)

Craquelé: netwerk van fijne barstjes

Desintegratie: exfoliatie
meerdere parallelle lagen laten los
Oorzaak: variabel, vaak vorstschade of
zoutkristallisatie
Fysisch proces

Desintegratie: delaminatie
meerdere laagjes laten los
Oorzaak: variabel, vaak vorstschade of zoutkristallisatie
Fysisch proces

Desintegratie: exfoliatie
meerdere parallelle lagen laten los
Oorzaak: variabel, vaak vorstschade of
zoutkristallisatie
Fysisch proces

Desintegratie: Afschilferen
gelijkaardig met delaminatie: kan een buitenste laag zijn die loslaat, maar die laat niet in zijn geheel los, maar kan ook in de diepte gaan
Men spreekt van afschilferen als het materiaal loslaat in kleinere en dunnere schubjes of scholletjes (<3mm)

Desintegratie: Afschilferen
buitenste zwarte gipslaag (zie verder) schilfert af, er komen scholletjes los

Desintegratie: Afschilferen
Detail gevel in Avendersteen Tempelgebouw, ook hier een korst die afschilfert.

Desintegratie: Blaarvorming (blistering)
met lucht gevulde hemisferische verhogingen in de steen, niet gerelateerd aan interne structuur van de steen
Oorzaak 1
Oorzaak 2

Desintegratie: Blaarvorming (blistering)
met lucht gevulde hemisferische verhogingen in de steen, niet gerelateerd aan interne structuur van de steen

Desintegratie: verlies aan materiaal door externe mechanische impact
door incisies, vandalisme, boren, kogels, granaten, inslagen van werktuigen, nestgaten…
Mechanisch proces

Desintegratie: verpoederen/verkruimelen
vervalt tot fijn poeder, er ligt steenpoeder onderaan de steen, textuur is veranderd, het oppervlak is korrelig geworden; en/of de steen verpoedert bij aanraking. De schade begint aan het oppervlak van het materiaal.
Mogelijke oorzaken:

Desintegratie: verpoederen/verkruimelen wegens verkeerde mortel
Voegen intact, maar verlies van steen (barsten, verpoederen…) De voegen lijken daardoor wat uit te steken
Oorzaak:

Desintegratie: verpoederen/verkruimelen
idem als verpoederen, maar het materiaal valt in wat grotere brokjes of ‘kruimels’ uit elkaar

Desintegratie: verpoederen/verkruimelen
Specifiek in het geval van marmer, spreekt men van ‘versuikering’
Het gladde (gepolijste) oppervlak van het aangetaste materiaal wordt mat en ruw, gevolgd door lacunevorming. De calcietkristallen in de marmer tekenen zich af en laten los
Oorzaak

Desintegratie: verpoederen/verkruimelen
Specifiek in het geval van zandsteen, spreekt men van ‘afzanden’
Het aangetaste materiaal vervalt tot zijn oorspronkelijke zandkorrels

Deformatie: vervorming
lijkt of de steen onder zijn eigen gewicht doorzakt, soms gepaard met barsten, bij dunne platen, vooral bij marmer (eerder elastisch dan broos, zoals andere stenen) (grafstenen, muurbekleding)
Oorzaak: thermische uitzetting (zie anisotrope
uitzettingscoëfficiënt van marmer), bij lange dunne platen
Fysisch proces

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
vorm van de steen wordt afgerond, gebeeldhouwde details gaan verloren; of differentiële erosie = sommige delen van de steen minder snel eroderen dan andere
Oorzaken:
Fysisch proces

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
Sedimentlagen worden zichtbaar door differentiële erosie

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
(Zeldzamer) voorbeeld van differentiële erosie dat niet de sedimentlagen volgt, hier gaat het om wateroplosbare inclusies van puimsteen die eroderen
Tufsteen (vulkanische steensoort) waaruit de puimsteen geërodeerd is

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
Erosie van kalksteen als gevolg van zure regen
Voorbeelden waarbij de steen relatief uniform erodeert: de vorm en randen worden afgerond en details gaan verloren
De basische kalksteen kan oplossen onder invloed van zure regen

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
geen erosie in hoek vanwege regenafloop

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
Erosie door mensen

slechts 1 of een klein deel van de stenen sterkere erosie vertoont => kan een inherent kwaliteitsprobleem in de steen zijn, als gevolg van ontoereikende selectie van het materiaal, de steen met defect had door de delver of plaatser herkend en uitgeselecteerd moeten worden

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
Alveolisatie
erosie vertoont een opvallende honinggraatachtige structuur
Oorzaken: wind, vocht, zoutkristallisatie

Desintegratie: Erosie (= afslijting)
Gedeeltelijke alveolisatie
Oorzaken: wind, vocht, zoutkristallisatie

Depositie: Efflorescentie
Herkennen
Oorzaak:

Depositie: Efflorescentie
wollachtige structuur
Herkennen
Oorzaak:

Depositie: Efflorescentie
exterieur

Depositie: Vochtvlekken
Herkennen
Oorzaak:

Depositie: Vochtvlekken
+ invloed oriëntatie steen

Deposities: afzetting van (fijn) stof
Herkennen
Oorzaak:
Turbulente stroom: waar de afwatering sterk genoeg is, neemt het water het stof mee = heldere zone.
Laminaire stroom: op plaatsen waar de steen is beschermd tegen afwatering/regen, bv door uitstekende elementen (onder dorpels, goten etc.) of minder sterk is, blijft het stof achter (in de textuur of poriën van de steen). Donkere zone

Transformatie: incrustatie / korstvorming
chemische verandering in (oppervlak van) de steen

Transformatie: incrustatie / korstvorming
Oorzaak: Chemisch proces, Zure regen,
Delen van de steen worden uitgeloogd (opgelost en gemobiliseerd) door water,
en precipiteren aan het oppervlak (reactie met stoffen uit de atmosfeer)
Bevat zowel exogene als endogene materialen

Transformatie: incrustatie / korstvorming
Drie-lagig systeem: de gipslaag (laag 2) heeft goede hechting met steen, bij wegname komen vaak zelfs stukjes van (onaangetaste) steen mee
In vergevorderd stadium gepaard met desintegratie omdat de buitenste depositiekorst (laag 3) afwijkende uitzettingscoëfficiënt heeft (zie volgende foto’s op volgende slide)
1 originele steen, bulklaag
2 gipslaag, transformatie
3 depositielaag, mix uitgeloogd endogeen en exogeen materiaal

Transformatie: incrustatie / korstvorming
kalksteen of kalkhoudende materialen (bv. kalkmortel) en marmer:
Reactie van calciet in de steen met zwavel uit de atmosfeer = vorming gipskorsten

Transformatie: incrustatie / korstvorming
Korsten op een kalkhoudende zandsteen
Calciet is het bindmiddel tussen de zandkorrels, dus effect is gelijkaardig als bij kalksteen

Transformatie: incrustatie / korstvorming
Gipskorsten onder de kroonlijst (in Avendersteen, zandsteen waarbij de kwartskorrels voornamelijk gebonden zijn door calciet) van het tempelgebouw
Geen afwatering, = accumulatie van materiaal, korst kan zich vormen

Depositie
Water lost calciet in de kalkmortel op neemt Ca mee naar buiten waar het wordt afgezet op de steen.
De onderliggende steen ondergaat geen transformatie. Het is louter depositie van een extern materiaal op de steen

Biologische degradatie: Micro-organismen
Bio-film
Zwarte vlekjes zijn restanten van een biofilm, wellicht mix van cyanobacteriën, lichen en algen
‘versuikering’ van de marmer

Biologische degradatie: Micro-organismen
Zwarte en typisch groene algen = soort wier
Waar: doorgaans exterieur
Herkennen:
Oorzaak:

Biologische degradatie: Micro-organismen
Lichen / korstmos
Twee micro-organismen die samenwerken en niet zonder elkaar kunnen overleven =symbiose van schimmel en bacterie (of alg)
Waar: exterieur, vooral op droge plaatsen
Goed herkenbaar: ronde, lederachtige korsten
Herkennen: Grijs-wit, geel, oranje, bruin tot zwart
Groeit traag op, maar ook in de steen
Meestal enkel esthetische impact, meestal niet schadelijk of trage schade, creëert soms zure omgeving (kalksteen)
Let op sommige lichen zijn een beschermde soort!

Biologische degradatie: Micro-organismen
Mos en levermos = kleine plantjes zonder wortels
Waar: exterieur, vochtige plaatsen
Waar: mos en levermos komen meestal op horizontale/hellende vlakken voor
Mos = harige kussentjes van samengepakte stengeltjes
Levermos = groen schubachtig plantje, soms bruin tot zwart, bruin/korstig als uitgedroogd
Meestal niet schadelijk MAAR, bij dikke mospakketten:

Biologische degradatie: Micro-organismen
donkergrijze algen, gelige lichen en groen mos

Biologische degradatie: Micro-organismen
De voeg is vochtig, houdt vocht vast, de steen niet

Biologische degradatie: Vegetatie
Hogere vegetatie: eenjarige planten
= zachte, kleine wortels die weinig of geen schade aanrichten
in voegen & barsten, horizontale delen; waar organisch materiaal ophoopt
Eenjarige plant: sterft af in de winter, komt niet terug maar zaait zich voort

Biologische degradatie: Vegetatie
Hogere vegetatie: eenjarige planten
= zachte, kleine wortels die weinig of geen schade aanrichten
Kruidachtige, meerjarige plant: vaste plant die elk jaar terugkomt, maar bovengronds deel sterft elke winter af

Biologische degradatie: Vegetatie
kruidachtige meerjarige muurplant

Biologische degradatie: Vegetatie
Wel schade:
= steeds verwijderen
Wortels en takken worden tijdens de groei steeds dikker en sterker en gaan mechanisch druk uitoefenen:
Bladen kunnen afvoerpijpen verstoppen = leidt tot vochtschade

Biologische degradatie: Vegetatie
Klimplanten met kans op schade:
Courante voorbeelden: Klimop (Hedera), Klimhortensia (Hydrangea petiolaris), Wilde wingerd (Parthenocissus), Trompetklimmer (Campsis

Biologische degradatie: Vegetatie
Wilde wingerd hecht zich vast met wortelnapjes aan steen en voegen
Niet schadelijk voor steen, maar is dat wel voor hout van ramen en deuren

Biologische degradatie: Vegetatie
Klimop maakt fijne hechtwortels,
Bij oude zachtere stenen en cement onttrekt klimop (Hedera) kalk

Vocht: Hydrische vs hygrische dilatatie
Dilatatie - wetting
Voorbeelden van craquelé vorming in steen
Drying:

Zouten: subflorescentie / cryptoflorescentie
Mogelijk heeft subflorescentie hier de hoeken/randen van de steen sterker aangetast, doordat de wind deze zones sneller uitdroogt, er zijn daardoor meer cycli van oplossen/kristalliseren in deze zones, oplossen door zure regen en abrasie kan echter ook een rol spelen

identificeer 4 degradatievormen
Degradatie vnl ten gevolge van zure regen: het bindmiddel tussen de zandkorrels wordt opgelost, sterkere (wind)erosie hierdoor
> er vormen zich korsten: delaminatie van de laag, blaarvorming als gevolg van verschil in uitzettingscoëfficient korst/buitenste laag vs bulk

